Slag om Hué

Voor het 1ste Bataljon van het 5de Mariniers werd Hué City het hoogtepunt van hun ervaring in Vietnam

Locatie Hué in Zuid-Vietnam

Locatie Hué in Zuid-Vietnam

Een van de meest legendarische en veelbesproken veldslagen na het militaire falen van de Viet Cong en het Noord-Vietnamese leger tijdens het Tet-offensief was het succes dat ze hadden bij het infiltreren in en het veroveren van de oude keizelijke stad Hué. Na gevechten in het zuidelijke deel van de stad over de Parfum-rivier slaagden eenheden van het 1ste en 5de mariniers erin om de daaropvolgende week te starten met de geleidelijke verovering van belangrijke gebouwen. Na 10 dagen vechten kwamen de gezamenlijke eenheden van het Zuid-Vietnamese en Amerikaanse leger bij de zwaar verdedigde Citadel waarop het MACV aan het Zuid-Vietnamse leger een vers mariniersbataljon toevoegde om de posities van het Noord-Vietnamse leger te bestoken.

Het 1ste Bataljon van het 5de Mariniers onder bevel van majoor Robert Thompson was het uitverkoren bataljon. 1/5 had strijd geleverd nabij Phu Loc tegen het Noord-Vietnamse leger sinds het begin van het Tet-offensief. Wanneer het nieuws over de nieuwe opdracht van 1/5 hen bereikte in het ochtendgloren van 10 februari 1968 waren ze in een gevecht verwikkeld met het Noord-Vietnamese leger en dienden ze het contact te verbreken voor de verplaatsing naar Phu Bai waar een hevige regenbui het nachtelijke vuurgevecht nog miserabeler had doen lijken. Het bataljon werd aangemoedigd
om zeker hun 3.5inch bazookas mee te nemen, een wapen dat niet zo vaak gebruikt werd in de typische stijl van open oorlogvoering waaraan het bataljon gewoon was geraakt.

Amerikaanse mariniers beantwoorden vijandelijk vuur tijdens de slag om Hue, februari 1968.

Amerikaanse mariniers beantwoorden vijandelijk vuur tijdens de slag om Hue, februari 1968.

Op 12 februari 1968 bereikte 1/5 Hué. Een compagnie (Delta 1/5) werd aan het bataljon onttrokken en samengevoegd met 2/5 die in het heetst van de strijd hadden gezeten bij het vrijmaken van gebouwen door de hele stad. Die dag stak de rest van 1/5 de Parfum-rivier over aan boord van LCU’s volgestouwd met vrachtwagens volgeladen met munitie en andere voorraden. Mariniers die hurkten op het dek met hun wapens weg van de boot gericht konden de rook en het puin zien op de oever van de rivier terwijl machinegeweervuur weergalmde aan de andere kant van de rivier. Het occasionele geluid van verdwaalde kogels spatte uiteen in het water of vloog over hun hoofden. Tegen de avond had majoor Thompson’s 1/5 de ARVN Airbone Task Force bevrijd die de noord-oostelijke muur van de Citadel in handen had. Vanaf daar moest 1/5 in oostelijke richting aanvallen. Ongemakkelijk door het feit dat het Zuid-Vietnamse leger de operationele controle over 1/5 behield werd er overeengekomen dat het 1st Mariniers, dat vanin het begin in Hué gevochten had, de operationele controle over 1/5 zou behouden. Na enig vergaderen en onderhandelen werd er besloten dat het Zuid-Vietnamese leger in het gebied zou blijven en operationeel zou blijven met 1/5.

Hue en de Citadel

Hue en de Citadel

Het Citadel-complex was enorm; een strategisch doolhof waarin pelotons en compagnies konden terechtkomen in zeer geïsoleerde straten en steegjes waar contact met de vijand zeer waarschijnlijk zou uitdraaien op close-combat situaties die nog niemand in Vietnam had meegemaakt. Soldaten die een paar weken geleden nog gewoon waren aan het vechten in het open veld en in beboste gebieden werden nu verplicht te vechten in stedelijke gebieden daarbij enkel gebruik makend van hun originele infanterie-wapens.

In de morgen van 13 Februari zou 1/5 de kazerne van de 1ste Zuid-Vietnamese divisie verlaten in compagnie-kolonne en achteraan aansluiten bij de eerste Zuid-Vietnamese divisie en de Noord-Vietnamese posities aanvallen. Vooraan de bataljon-kolonne werd Alpha Company 1/5 aangevoerd door kapitein Jim Bowe gevolgd door Charlie Company en Bravo aan de staart. Tegen acht uur bereikten de eerste delen van Alpha Company de Zuid-Vietnamese soldaten voor de posities van de 1ste Zuid-Vietnamese divisie. Ze klommen onmiddellijk over de muur en liepen al lachend en roepend naar de naderende mariniers van Alpha Company. De voorste puntman van de kolonne Alpha Company draaide lichtjes naar rechts en betrad de Citadel door de ingang vooraan, van nabij gevolgd door een tweede marinier. Toen een derde man overstak kwam er een regen van Noord-Vietnamese granaten over de muur gevlogen. Verscheidene mannen raakten gewond door de daaropvolgende explosies en het gevecht duurde ongeveer 15 minuten. De mariniers waren ongeveer nog 200 meter verwijderd van wat de voorste Zuid-Vietnamese linies dienden te zijn. De compagnie bereikte de rand van de 25-voet hoge muur. Mannen vuurden sporadisch van achter de hoeken. Bovenaan de muur leunde een Noord-Vietnamese soldaat voorover en probeerde de gewonde puntman en de twee mariniers die hem probeerden in veiligheid te slepen af te maken. Net voor de Noord-Vietnamees zichtbaar werd leegde een pelotonsleider de lader van zijn geweer in de vijand alvorens zich terug te trekken. Een ander peloton van Alpha Company kwam eraan en kreeg ook een regen van granaten te verwerken. Een marinier met een M79 granaatwerper had visueel contact op de toren net op het moment dat korporaal Walter Rosolie de straat overstak. Onder dekkingsvuur van de rest van het peloton slaagde Rosolie erin de toegangsweg naar de toren te bereiken waar hij een anti-personeelsmijn ontdekte. Rosolie ontmijnde snel deze anti-personeelsmijn in de hoop dat het peloton de ingang van de toren zou kunnen bereiken. Rosolie gooide verschillende granaten omhoog in de toren waar de Noord-Vietnamezen zich vermoedelijk schuilhielden. Rosolie zag verschillende Noord-Vietnamezen langs de muur lopen maar kon de ingang van de toren niet bereiken omdat hij onder vijandelijk vuur lag. Dit gebeurde allemaal verscheidene honderden meters achter wat men aanzag als de Zuid-Vietnamese linies. Wat er echt gebeurde was dat het Zuid-Vietnamese leger zich tijdens de nacht had teruggetrokken en het Noord-Vietnamese leger was in de nabijheid gebleven er maakte ervan gebruik om de druk op het Zuid-Vietnamese leger te behouden. Deze verkeerde informatie kostte Alpha Company verschillende gewonden.

Deze toren bleek het middelpunt te zijn van de Noord-Vietnamese positie en dus werd er een M48 tank opgeroepen die vijf granaten afvuurde in de toren maar blijkbaar zonder resultaat. Terwijl de bevelvoerende officier en de stafcompagnie informatie doorgaven via de radio wachtend op antwoord van het bataljon kwam een Noord-Vietnamees RGP-team in de mogelijkheid een raketaangedreven granaat af te vuren die de meeste leden van de stafcompagnie inclusief kapitein Bowe verwondde. Die eerste dag verloor Alpha Company 2 gesneuvelde en 33 gewonde mariniers. Voor deze actie kreeg korporaal Rosolie de Zilveren Ster. Spijtig genoeg bleef hij niet in leven om ze te ontvangen daar hij op 31 maart 1968 gedood werd. Alpha Company was reeds onderbemand en werd teruggetrokken om te hergroeperen. Bravo en Charlie compagnie zouden de aanval verder zetten en de druk op de Noord-Vietnamezen onderhouden. Het gevecht om de Citadel zou Bravo en Charlie compagnie opslorpen die de ganse dag bleven aanvallen.

Slag om Hué-(1) Slag om Hué-(2) Slag om Hué-(3) Slag om Hué-(4) Slag om Hué-(5) Slag om Hué-(6) Slag om Hué-(7) Slag om Hué-(8) Slag om Hué-(9) Slag om Hué-(10) Slag om Hué-(11)-Tay Loc airfield-Juli 1967 Slag om Hué-(12) Slag om Hué-(13) Slag om Hué-(14) Slag om Hué-(15) Slag om Hué-(16)
M48-tank tijdens de straatgevechten in Hué

Bataljonscommandant majoor Robert Thompson was nog maar 2 weken bataljonscommandant maar zijn agressieve aard toonde niet zijn gebrek aan frontervaring omdat hij sterk aandrong op lucht- en artilleriesteun voor zijn mariniers. De situatie van majoor Thompson werd nog bemoeilijkt door de aard van de stedelijke gevechten iets waar geen enkele strijdmacht in Vietnam enige ervaring mee had of was op voorbereid.

Met Alpha Company die een beetje achterop bleef, maar nog altijd onder vuur werd genomen door mortieren en sluipschutters, slaagde een peloton er op 16 februari in ongeveer 150 yards vooruitgang te maken. Majoor Thompson had radiocontact onderhouden met de bevelvoerende luitenant. Plots werden de mannen afgesneden van de rest van de compagnie en kwamen ze onder vuur te liggen. Majoor Thompson stuurde de jonge luitenant Patrick Polk om de radeloze officier af te lossen en om de soldaten van Alpha Company te redden. Polk, tesamen met acht andere mariniers, geraakten vooruit ondanks het vijandelijke vuur. Polk vroeg onmiddellijk 81mm mortiervuur op de Noord-Vietnamese troepen die de soldaten van Alpha Company  beschoten. De gewonden werden uiteindelijk gered omdat de concentratie van mortiervuur de Noord-Vietnamezen bleef onderdrukken.

1/5 mariniers rusten even uit tijdens de slag om Hué

Een eenheid van het 1ste bataljon, 5de Mariniers rust uit langs een beschadigde muur van het keizerlijk paleis in Hué na een gevecht om de Citadel in februari 1968 tijdens het Tet-offensief

De volgende dag, 17 februari, werd er uit onderschepte Noord-Vietnamese radioboodschappen geleerd dat verschillende officieren gedood waren inclusief een hoge Noord-Vietnamese commandant. Dit nieuws gaf weer moed aan de Mariniers die zwaar gedemoralizeerd waren door de gevechten op korte afstand en door de zware verliezen. Tegen 04u30 kwam 1/5 opnieuw vooruit maar kwamen onder zwaar Noord-Vietnamees mortiervuur te liggen. Toen het mortiervuur verminderde openden goed verstopte Noord-Vietnamezen het vuur met RPGs (Rocket Propelled Grenades of raketaangedreven granaten).
De mariniers antwoordden met zwaar geweervuur en 8-inch artillerievuur dat de Noord-Vietnamese weerstand brak. Eén marinier werd gedood en 4 anderen raakten gewond. Tegen 07u00 waren eenheden van het bataljon erin geslaagd door te dringen tot de kern van de Noord-Vietnamese weerstand. Terwijl het bataljon verder oprukte in het doolhof van de Citadel openden de Noord-Vietnamezen opnieuw het vuur vanuit een tweede positie. Het bataljon zette zijn opmars voort tot ongeveer 16u30 toen ze zich ingroeven langs de Han Thuyen straat. Vervangingen werden aangevoerd maar tegen het einde van de dag waren 12 mariniers gesneuveld en 55 gewond.

De volgende dag, 18 februari, kletterde een verkleumende regen neer op 1/5 die zich hadden ingegraven langs Han Thuyen straat en in de onmogelijkheid om voldoende munitiebevoorrading te krijgen om de druk op de Noord-Vietnamezen te blijven opvoeren, bleef het bataljon ter plaatse over en weer vurend met de Noord-Vietnamezen. De bevoorradingsproblemen waren echter niet beperkt tot munitie. Gedurende de hele dag van vrijdag 17 februari kreeg het bataljon niets te eten. Het bataljon had ook zo dicht tegen de Noord-Vietnamese linies geopereerd dat het corrigeren van ondersteunend vuur te riskant was. Gedurende het gevecht tijdens de dag van 18 Februari werden verschillende Noord-Vietnamezen gedood die zich durfden te tonen. Verschillende mariniers van 1/5 werden eveneens gedood door het over en weer vuren. Zes mariniers van Alpha Company werden die dag gedood inclusief de 21 jarige James Harkenson die een schotwond aan het hoofd opliep. Hij werd terug naar huis gebracht en werd begraven op het Philadelphia National Cemetery. Semper Fi James, we zullen je onthouden.

Bron: usmilitariaforum.com

Hieronder een YouTube film over de slag om Hué

Militaire Operaties

Soldaten van de 1st Cavalry verlaten de UH-1 Iroquois helikopter in de Ia Drang vallei in Vietnam
Lege Amerikaanse artilleriehulzen tijdens de slag om Khe Sanh
Vietcong-slachtoffer na bestorming Amerikaanse ambassade tijdens Tet-offensief
Mariniers onder vijandelijk vuur tijdens de slag om Hué
Slachtoffers van de My Lai massamoord
Amerikaanse soldaten aan de voet van Hamburger Hill
A Shau vallei bezaaid met bomkraters
<< >>

Iconische Foto’s

1963 - Boedhistische monnik steekt zichzelf in brand als protest tegen de Vietnam-oorlog
1968 - Terchtstelling van een Vietcong-gevangene in Saigon - 1 februari
Slachtoffers van de My Lai massamoord
1972 - 8 juni - Kim Phuc slachtoffer van bombardement met napalm
Zeemacht-personeel aan boord van de USS Blue Ridge duwt een Huey-helikopter overboord - 29 april 1975
Laatste Amerikanen en Vietnamezen ontvluchten Saigon - 1975
<< >>